Op vrijdag 6 februari stond er een afspraak met iemand van het APS. Er werden docenten op mijn werk gevraagd die mee wilden doen aan een project onder begeleiding van het APS waarbij het de bedoeling is om van elkaar te leren. Hierbij wordt van elke docent die meedoet een les opgenomen, nabersproken met de begeleiding vanuit de APS (waarbij ook wordt aangegeven of en welke beelden van de les getoond mogen worden) en vervlgens met de groep docenten die aan het project meedoen besproken om zodoende van en met elkaar te leren (leerpunten). De eerste bijeenkomst had ik zelf les op de HU en kon ik niet aanwezig zijn. De les die bij mij werd opgenomen was de derde les/ tweede bijeenkomst voor de groep. Er zou ook nog een collega van mij opgenomen worden op video, maar hij was ziek, waardoor ik de enige was die dag. Op mijn verzoek is een les wiskunde opgenomen (het rooster moest hiervoor omgegooid worden, aangezien ik een economie les zou geven op dat moment). Het betrof een les aan een eerste klas VMBO T/HAVO. Ik gaf de les wiskunde uit Netwerk 3e editie, hoofdstuk 9, kern 5 huiswerk) en de verdieping.
Planning: 5 minuten instructie, wat gaan we doen, wat komt deze les aan bod, hoe gaan we te werk = Klassikaal
10 minuten zelfstandig nakijken van het huiswerk in groepjes van 3 of 4 leerlingen. De leerlingen krijgen van mij kopiën van het nakijkboek. = Zelfstandig werken
5 minuten nabespreken huiswerk. Ik had er rekening mee gehouden dat opgave 35 en 37 de meeste problemen op zouden leveren (uiteindelijk bleek opgave 35 geen problemen te veroorzaken, opgave 37 wel) = Klassikaal
10 minuten instructie nieuwe huiswerk / nieuwe stof (puntsymmetrie, draaisymmetrie, draaihoek). Hierbij wil ik (afhankelijk van de tijd) de eerste en de 5e opdracht uit laten voeren door leerlingen eerst zelf even na te laten denken, dan met de buurman/vrouw het antwoord uit te wisselen en tenslotte leerlingen naar het antwoord te vragen.
Restant van de les (ca. 10 minuten) mogen de leerlingen alvast beginnen aan het huiswerk.
Verloop van de les:
De leerlingen komen binnen en een aantal meiden zijn erg giechelig door de camera die ze zien. Eén van deze meisjes loopt met een mobieltje door de klas en zij mag hem aan mij geven. Na haar laatste les mag zij het mobieltje terugvragen bij de directeur.
Werkboeken worden voor het hoofd gehouden. Na hen daar op aangesproken te hebben en de leerlingen die nog apart zitten te hebben gevraagd plaats te nemen in een groepje begin ik de les. De leerlingen zijn snel stil. Na de instructie gaan de leerlingen goed aan het werk. Bij de eerste ronde deel ik per groepje 2 gekopieerde bladzijden van het antwoordboek uit en noteer ik degenen die geen huiswerk gemaakt hebben (er is er 1 zonder boek, verder heeft iedereen het af. Opdracht 37 levert de meeste problemen op, opdracht 35 is door practisch iedereen goed uitgewerkt). Tijdens de eerste ronde door het lokaal wil ik nog geen vragen beantwoorden, maar doe dit in 1 groepje toch over het begrip “polder” dat niet begrepen werd. Ik geef hen aan dat ik bij de volgende ronde bij hen terugkom als zij vraag 37 niet samen op kunnen lossen.
Het groepje meiden is nog steeds erg druk met de camera (degene die opneemt gaat ook al snel bij hen uit de buurt staan als zij merkt dat zij hierdoor veel te onrustig worden). Pas bij het terugkijken van de opnames met mijn collega’s zie ik dat H. het antwoordenblad uit mijn handen grist. Op dat moment zelf had ik niet het idee dat zij dit deed, maar het is wel een bevestiging van het gedrag dat ik bij haar al het hele jaar zie (en wellicht daardoor nu niet meer zie), behoorlijk respectloos. Bij het “aanpakken” van het antwoordenblad volgen er meteen een heleboel vragen, ze wil weten wat dat ding op mijn shirt is. Als ik uitleg dat dat een microfoon is vraagt H. of zij ook kan praten dan, ik vraag haar of zij weleens anders doet. Tijdens de tweede en derde ronde stel ik in de groepjes wat vragen of beantwoord de vragen die zij hebben. Na circa 10 minuten zijn de meesten klaar met bespreken en vraag ik weer de aandacht. Ik vraag hen met de neuzen naar mij te wijzen en (op wederom die meiden na) doen de leerlingen dat ook.
Ik bespreek opdracht 37 nogmaals na (het tekenen van een ruit met behulp van een passer en geodriehoek of hoekmeter). Daarna kijk ik met hen naar opdracht V1. Ik vraag hen eerst hoeveel graden iets draait als deze weer bij het beginpunt is. Daar volgt al snel het antwoord 360 graden op. De tweede vraag die ik stel is blijkbaar niet duidelijk, want het duurt erg lang voor ik het juiste antwoord krijg. Aangezien ik het bord niet kan draaien en ik het plaatje alleen in het boek kan laten zien is het lastig voor leerlingen om te zien wat ik bedoel. Uiteindelijk volgt wel het goed antwoord (de figuur kan 6 keer gedraaid worden, waarbij hij in de startpositie komt, voordat hij echt in de startpositie staat). Daarna wil ik van de leerlingen horen hoe groot de draaihoek is en hoe ze dat hebben uitgerekend. Er volgen een stel wilde gokken en pas na het opschrijven van de berekening van een draaihoek valt het kwartje bij de leerlingen. De draaihoek van een vijfpuntige ster kunnen ze vervolgens wel vlot uitrekenen. Tijdens het huiswerk maken loop ik weer rond langs de groepjes. Een aantal vindt dat het al tijd is en nadat er 1 zijn tas in gaat pakken volgen er al snel meer. Die laatste 5 minuten waren dus niet zo effectief. In de laatste 5 minuten vond 1 meisje het nodig om, ondanks een waarschuwing aan het begin van de les, weer kauwgom te gaan eten. Zij weet dat de consequentie is dat zij dan een keer terug moet komen om tafels te ontdoen van kauwgom. Hierop ging zij behoorlijk door het lint en gaf tot twee keer toe een brutale reactie. Ik heb haar daarop uit de klas gestuurd. Overigens betrof het een leerlinge die normaal nooit een grote mond geeft, zich aan de regels houdt en goed meedoet met de les. Ik weet niet of ze anders deed omdat de les werd opgenomen of dat er iets anders aan de hand was. Hopelijk kom ik hier volgende week nog achter tijdens een gesprek met haar.
Evaluatie:
In eerste instantie wordt de les nabesproken met degene van het APS. Zij is helemaal opgetogen over het zien van het samenwerkend leren en het feit dat (op het groepje meiden na) iedereen actief is en met de les bezig is. Ze vraagt mij op welke manier ik het zo vlot stil kreeg aan het begin van de les (maar ook tijdens de instructie verderop). Ik vertel haar eerlijk dat ik geen idee heb eigenlijk. Het stukje film wordt teruggekeken door ons. Ik zie mezelf wel voor het bord gaan staan met de antwoordbladen en ik zeg dat we gaan beginnen. Daarvoor heb ik het mobieltje al in beslag genomen, het klassenboek ingevuld en de leerlingen bij naam genoemd die nog op een andere plek moesten gaan zitten. Verder zie ik niks bijzonders waardoor leerlingen ineens stil zijn. Zij ziet echter iemand die heel zelfverzekerd en rustig voor de klas staat, die weet wat ze wil en dat ook uitstraalt naar de leerlingen. Ik vertel de leerlingen duidelijk wat ik van hen verwacht, hoe de les eruit gaat zien en spreek de leerlingen aan die nog niet helemaal klaar zijn voor de les (tassen nog op tafels en de boeken daar nog in, etc.) Tijdens de bespreking met mijn collega’s erbij hierover valt het 1 collega op dat ik wel zeg dat de tassen op de grond moeten en de boeken op tafel, maar dat ik niet wacht tot de meidengroep dit ook daadwerkelijk gedaan hebben. Eén van hen spreek ik er later nog een keer op aan overigens. Vervolgens valt het op dat de leerlingen vlot en rustig aan het werk gaan. Ik beantwoord enkele vragen tijdens het rondlopen en ook de nabespreking van de opgaven verloopt goed. De introductie bij de nieuwe stof verloopt iets moeizamer. Het groepje meisjes komt vanaf dit moment vooral in beeld. Zij doen slecht mee. Ik geef aan dat ik na de vakantie zelf de groepen in ga delen, maar dat ik hen eerst wilde laten wennen aan het samenwerkend leren in een vertrouwde groep. De vraag die ik hierbij zelf aangeef om tips over te krijgen is het gedrag van H. en Y. (twee van de meiden uit het groepje) en hoe ik hen meer bij de les kan krijgen/ hen minder storend bezig kan laten zijn.
Uiteindelijk volgen er uit het eerste gesprek 2 vragen aan mijn collega’s:
a. Hoe krijg ik de klas stil, wat zet ik daarvoor in/ wat zien zij mij doen.
b. Wat kan ik doen met het groepje meiden, naast uit elkaar zetten.
c. Als derde observatiepunt volgt de vraag wat mijn collega’s opvalt aan tops (dingen die goed gaan) en tips.
@a. Hier volgen uiteindelijk dezelfde punten als eerder waren besproken, ik sta heel rustig en zelfverzekerd voor de klas, ben duidelijk naar leerlingen toe over mijn verwachtingen van hen en van de les.
@b. Consequent wachten tot ook zij doen wat ik vraag (tassen op de grond, boeken open op tafel, etc). Bij uitleg niet alleen de neuzen naar mij laten wijzen, maar met stoel en al laten omdraaien, strenger zijn/eerder een time-out geven of hen voor de keuze stellen: meedoen en dus aan de regels houden of apart gaan zitten en anderen niet storen (eventueel de keuze om te vertrekken uit het lokaal als zij vindt dat regels niet voor haar gelden). Het apart zetten van H. omdat zij toch niet kan/wil samenwerken is echter de meest genoemde tip. Met het consequent wachten ga ik de komende periode zeker aan de slag. Ook de keuzemogelijkheid voorleggen wil ik gaan gebruiken in de lessen.
@c. De tips van net komen weer terug, maar ook heel veel dingen die wél goed gaan. Ik blijf rustig, ik ben duidelijk naar leerlingen toe over mijn verwachtingen, ik ben zelfverzekerd, ik ben authentiek (speel geen rol), ik maak dingen niet groter dan ze zijn (niet teveel aandacht schenken aan het mobieltje bijvoorbeeld, ik ga dan geen discussie aan), leerlingen krijgen de aandacht die ze verdienen, ik reageer met humor op de opmerking van H. over het praten tijdens de les, de groepjes zijn goed aan het werk, ik reageer selectief op opmerkingen. Het negeren van het gedrag van de meiden werd ook benoemd. Daarbij werd dit gebracht als positief door de een, aangezien ik had gezegd wat mijn reden hiervoor is (niet teveel energie steken in de aandachtstrekkers, maar deze energie liever willen steken in leerlingen die wel willen leren). Door het negeren van het gedrag bestaat echter het gevaar dat andere leerlingen het ongewenste gedrag gaan imiteren, omdat ik het bij de 2 meiden die het betreft ook lijk toe te staan. Als tip volgde dan ook dat ik het overzicht moet zien te houden, vooral ook over hen en dan verbaal of non-verbaal aan hen laten merken dat ik het gedrag zie en niet tolereer. Dit is ook een tip die ik meer wil gaan toepassen, vooral het verbaal stellen van eisen en dit consequent in de gaten houden. Overigens corrigeer ik leerlingen tijdens de meeste lessen wel non-verbaal, maar het non-verbale gedrag is bij de opnames bijna niet te zien.
Al met al vond ik het heel prettig om op deze manier een les na te bespreken en zoveel punten te horen die goed gaan. Het is erg leerzaam en handig voor mijn pop om de tips te horen die ik toe kan gaan passen tijdens de lessen.
Ik had mezelf al voorgenomen om regelmatig een les op te nemen en zelf te bekijken, door deze nabespreking is dit voornemen alleen maar sterker geworden.
Geplaatst door bbm72